“De zinneloze, stommelende kwadratuur van Stravinskys Pianoconcert, de stupide jubilaties uit zijn Symphonie des psaumes, de commandotoon van Hindemiths concertmuzieken – al deze minderwaardige expressiemiddelen van de “Europese muziek” tussen 1924-1934 beginnen zich reeds te vertonen in de creaties der jongste Nederlandse auteurs.”